Johan Klein Haneveld


3/5

Lezersrecensie

Originele setting, maar iets te volgepropt

door Johan Klein Haneveld 10 december 2017

Een Nederlandstalige fantasyroman is tegenwoordig niet meer bijzonder. Bezoek een Comic con of fantasyfestival en van de kraampjes van de uitgevers schitteren de titels je tegemoet. Opvallend veel draken, in alle vormen en maten, elfen en magiërs. Waar je het als fantasyliefhebber eerst moest doen met Wim Gijsen, Peter Schaap en Tais Teng, heb je het nu voor het uitkiezen. Dat helaas weinig van deze boeken in de gewone Nederlandse boekwinkel komen te liggen is een onderwerp voor een andere keer (het is erg jammer, want er zitten pareltjes tussen die een breed lezerspubliek verdienen!), maar fantasy is er voor wie wat wil zoeken genoeg. Fantasy die zich niet in een middeleeuws aandoende wereld afspeelt, met de geijkte vormen van tovenarij en magische wezens is echter nog zeldzaam.
Dat maakt dit boek direct opvallend. De cover springt er bijvoorbeeld uit. Soldaten uit de moderne tijd, de vlag van Chili en de gevleugelde slang Quetzalcoatl. De boodschap is duidelijk: dit is niet een fantasyboek zoals de andere. De inhoud bevestigt dat. Je valt als lezer in een wereld van Zuid-Amerikaanse indianen, jaguars, magische dranken, witte heksen, demonen en in de tijd verbannen voorouders. En dat alles tegen de achtergrond van de dictatuur van Pinochet, met geheime organisaties, verdwenen familieleden en sloppenwijken. Voor zover ik kan beoordelen is het alles met verstand van zaken geschreven. Alleen al om deze verfrissende achtergrond verdient dit boek een plek op de plank van Nederlandse fantasyliefhebbers. Wat de schrijver dan nog eens extra goed doet, is dat hij het niet volledig bij het Zuid-Amerikaanse houdt, maar er nog een laag aan toevoegt met een scheutje Noord-Europese mythologie. Dat maakt duidelijk dat dit geen introductie is in Chileense folklore, maar een echt fantasyepos. Voeg eraan toe dat het boek prima is geschreven, zonder kromme zinnen, opvallende herhalingen van woorden en storende redactiefouten (er ontbrak een of tweemaal een woordje, maar verder werd ik niet door de taal uit het verhaal gehaald). Ik vond wel sommige beschrijvingen wat overdreven, en neigend naar cliché – bijvoorbeeld ‘Nadat de nieuwgeborenen hun buikje hadden volgegeten …’- zelfs nog sterker wanneer het om de liefde ging en het bedrijven daarvan.
Dat is echter niet mijn belangrijkste kritiek bij dit boek. Ik hoopte heel erg dat het mij zou aanspreken en dat ik er enthousiast over zou zijn, want een boek dat zo anders is dan anders vind je niet vaak. Ik merkte echter dat ik mijn aandacht er maar moeilijk bij kon houden, vooral in de tweede helft, en dat de tekst geregeld veranderde in een woordenbrij waardoor ik op mijn schreden moest terugkeren en delen opnieuw moest lezen. Ik werd niet door het verhaal meegesleept, sterker nog, vaak wist ik nauwelijks wat het verhaal eigenlijk was. Ik vermoed dat het komt omdat dit het debuut is van de auteur. Hij vertelt hier gebeurtenissen, niet vanuit de ervaringen van de personen uit, maar van buitenaf. Als iemand die een ander vertelt wat er gebeurd is, in plaats van de betrokkene die vertelt hoe hij of zij het heeft ervaren. Je voelt niet wat de hoofdpersonen voelen, je hoort niet wat ze horen, je proeft niet wat ze proeven. Dus lezen we ‘Na een korte schermutseling lag de bewaker stevig vastgebonden op het bed te snurken’ – zonder de schermutseling zelf mee te maken. Ook de opoffering van een bijfiguur die de hoofdpersonen redt van een leger van ondoden mist hierdoor emotionele kracht. Het boek had gerust honderd pagina’s langer mogen zijn, als we daardoor hadden meegeleefd met de personen en hadden gevoeld wat er voor hen op het spel stond. Daarnaast moest er met name in het begin veel informatie worden overgedragen en dat leidde tot zogenaamde ‘infodumps’. Ik snap dat de lezer meer van de achtergronden moet kennen, maar dit had organischer gekund, denk ik. Tenslotte had ik moeite met de Belgische hoofdpersoon Peter. Hij komt pas na 63 pagina’s in het boek en er ontstaat al snel een romance met ene Monica. Zij accepteert wel heel snel dat Peter nogal gewelddadig is en van het ene moment op het andere ontploft. Hij doodt verschillende mensen, soms heel gruwelijk, en soms in een rituele handeling, maar heeft daarmee weinig gewetensnood. Sowieso hebben gewelddadige gebeurtenissen, zoals de bestorming van een sektegebouw en het bevriezen van een militaire colonne maar weinig repercussies. Op zijn beurt heeft Peter wel heel weinig moeite met het accepteren van de magie van Chili, hij stelt nooit vragen bij wat er gebeurt, maar gaat er direct in mee. Dat deed voor mij af aan de geloofwaardigheid. Met de verwijzingen naar Pinochet en Pablo Neruda suggereert de auteur immers dat dit verhaal zich afspeelt in onze wereld. Dan moet hij me ervan overtuigen dat deze magie in onze wereld werkelijkheid kan zijn. Dat lukte hem helaas niet. Tenslotte is er voor de overwinning van het kwaad wel heel veel kwaad nodig, en is het goede alleen niet genoeg. Dat is een levensbeschouwelijke kwestie waarschijnlijk, maar het stootte mij een beetje af.
Ik kan dit boek dus helaas niet zonder kanttekeningen aanbevelen. Maar wil je eens iets lezen dat zich afspeelt in een niet-westerse wereld, met een niet-westers magisch systeem, waar je als lezer je aandacht goed bij moet houden, dan is dit wellicht wel een boek dat je zal aanspreken.

Statistieken

Bezoeken laatste 7 dagen: 28

Totaal aantal bezoeken: 78535

Zoekmachine verwijzingen: 151